Wat is onvrijwillige zorg?
Onvrijwillige zorg is zorg die jij niet wilt.
Je zegt nee, maar de zorg gebeurt toch.
Soms kun je zelf geen nee zeggen.
Dan mag jouw vertegenwoordiger nee zeggen.
Als je vertegenwoordiger nee zegt, is het ook onvrijwillige zorg.
Hieronder staan verschillende soorten onvrijwillige zorg, met een voorbeeld:

Gijs woont in een verpleeghuis.
Hij vindt het moeilijk om genoeg te eten.
Toch moet hij van de verzorgers zijn bord leeg eten.
Gijs vindt dit vervelend.
Hij wil zelf kiezen wanneer en wat hij eet.
Roos heeft erge angst.
Ze zegt dat ze geen medicijnen wil.
Toch krijgt ze medicijnen van haar zorgverleners.
De medicijnen maken haar rustiger.
Roos voelt zich gevangen, omdat ze niet zelf mag kiezen.
Jayden heeft een verstandelijke beperking.
Hij woont in een instelling.
Hij is ziek.
Zijn verzorgers willen een dokter vragen om een medisch onderzoek te doen.
Dan kunnen ze zien wat er precies aan de hand is.
Jayden wil dit niet.
Hij zegt duidelijk dat hij geen onderzoek of behandeling wil.
De dokter komt toch en doet onderzoek.
Jayden voelt zich erg angstig en boos.
Hij voelt dat er niet naar hem wordt geluisterd.
Hij is bang voor de uitslag van het onderzoek.
En hij is boos omdat hij geen controle heeft over wat er met zijn lichaam gebeurt.
Emma heeft een verstandelijke beperking.
Ze woont in een instelling.
Haar kamer wordt gecontroleerd op alcohol en drugs.
Ze heeft geen toestemming gegeven.
Emma voelt zich niet veilig in haar eigen kamer.
Ze vertrouwt het personeel niet meer.
Wim heeft Korsakov en woont in een instelling.
Hij is naar buiten geweest.
Als hij thuiskomt, willen verzorgers hem controleren op alcohol.
Wim wil dit niet.
Hij vindt het vervelend dat ze hem zomaar aanraken.
Wim wordt er verdrietig van.
Hij denkt dat de verzorgers hem niet vertrouwen.
Mariam heeft dementie.
Ze woont in een verpleeghuis.
Ze mag niet alleen naar buiten.
Mariam vraagt of ze naar de supermarkt mag, maar dat mag niet.
Ze voelt zich opgesloten.
Ze mag wel naar de supermarkt samen met een vrijwilliger.
Dat geeft haar een beetje vrijheid.
Stan heeft dementie.
Hij woont in een verpleeghuis.
De deur van zijn afdeling zit op slot.
Hij kan niet zelf naar buiten.
Stan voelt zich gevangen en verdrietig.
Sylvia heeft een verstandelijke beperking.
Ze woont in een woongroep.
Ze wil zelf kiezen hoe laat ze naar bed gaat en wanneer ze haar telefoon gebruikt.
Maar anderen beslissen dit voor haar.
Sylvia wordt daar ongelukkig van.
Mohammed heeft niet-aangeboren hersenletsel.
Hij woont in een instelling.
In zijn kamer hangt een camera voor zijn veiligheid.
Mohammed voelt zich bekeken en heeft geen privacy.
Hij vindt dit niet fijn.
Lies heeft een ernstige meervoudige beperking.
Ze is naar een instelling verhuisd.
Haar ouders willen zelf kiezen wanneer ze langskomen.
Maar dat mag niet van de instelling.
De regels zijn streng.
Haar ouders zijn bang dat Lies zich alleen voelt.