Wat is de Wet zorg en dwang?
De Wet zorg en dwang (Wzd) beschermt je als je een verstandelijke beperking, dementie of een gelijkgestelde aandoening hebt, en te maken krijgt met onvrijwillige zorg. In de Wzd staat wanneer je onvrijwillige zorg mag krijgen, wat jouw rechten zijn en aan welke regels je zorgverlener zich moet houden.
Waar geldt de wet?
De wet geldt in verschillende omgevingen, zoals bij iemand thuis, in zorginstellingen, bij logeeropvang en in kleinschalige woonvormen. De wet geldt alleen voor zorgprofessionals en niet voor naasten en mantelzorgers.
Wanneer mag onvrijwillige zorg volgens de Wzd?
De wet zegt dat onvrijwillige zorg alleen mag als je iets doet dat niet veilig is, voor jezelf of iemand anders. Dat heet ‘ernstig nadeel’. Ernstig nadeel is bijvoorbeeld:
De onvrijwillige zorg moet zo kort mogelijk duren en moet jouw vrijheid zo min mogelijk beperken.
Aan welke regels moet de zorgverlener zich houden?
Als je zorgverlener je onvrijwillige zorg wil geven, moet die zich aan verschillende regels houden:
1. Bespreken
Als je zorgverlener onvrijwillige zorg wil geven, gaat deze met jou en je vertegenwoordiger in gesprek. Waarom onvrijwillige zorg? Wat is het probleem? Kan het probleem ook worden opgelost met zorg die je wel wilt? Je zorgverlener overlegt ook met andere deskundigen die betrokken zijn bij jouw zorg, zoals je behandelend arts of gedragskundige. De verschillende zorgprofessionals bespreken samen wat de beste zorg is. Jij en/of je vertegenwoordiger zijn ook bij deze gesprekken aanwezig. Tenzij je zelf ervoor kiest hier niet bij te zijn of het over wilt laten aan je vertegenwoordiger.
2. Afspraken vastleggen
Samen met je zorgverlener leg je de volgende afspraken vast in je zorgplan:
- Welke onvrijwillige zorg wordt toegepast
- Waarom onvrijwillige zorg wordt toegepast
- Wat het ernstig nadeel is
- Welke alternatieven er zijn
- Wanneer er geëvalueerd wordt
- Wat er tijdens de evaluaties is besproken en door wie. Vooral wat de cliënt en diens vertegenwoordiger ervan vindt, moet vastgelegd worden.
3. De Wzd-functionaris betrekken
Iedere zorgorganisatie heeft een deskundige die veel weet over de Wet zorg en dwang. Dat is de Wzd-functionaris. Dit is een arts (specialist ouderengeneeskunde of arts voor verstandelijk gehandicapten), psycholoog of orthopedagoog-generalist. De zorgverlener moet elke vorm van onvrijwillige zorg door de Wzd-functionaris laten toetsen, voordat deze wordt toegepast. De Wzd-functionaris toetst ook de zorgplannen met onvrijwillige zorg. Dat wil zeggen: hij of zij kijkt of de organisatie alles heeft gedaan om onvrijwillige zorg te voorkomen of te verminderen.
4. Evalueren
Minimaal elke zes maanden evalueren jij en/of je vertegenwoordiger met je zorgverlener de (onvrijwillige) zorg die je krijgt. Je spreekt met je zorgverlener af wanneer, met wie en hoe vaak je dit doet. Als je hier geen afspraken over maakt met je zorgverlener, moet er na drie maanden geëvalueerd worden.
Samen kijk je terug hoe vaak en op welke manier de onvrijwillige zorg is toegepast, hoe je dat vond en hoe het beter kan. Ook bespreken jullie of de onvrijwillige zorg kan worden verminderd of beëindigd. Let op: jij of je vertegenwoordiger mag altijd zelf eerder een evaluatiegesprek aanvragen.
